Vous êtes ici: Organisation / Manifeste
Deutsch
English
Français
Tuesday, January 06, 2009

   deutsch      english     français    nederlands     español      italiano     slovenskem  

 

MANIFEST BETREFFENDE HET BODEMVERDRAG VAN EUROPESE STEDEN EN GEMEENTEN

Preambule

Samen met de lucht en het water vormt de bodem de belangrijkste basis voor het bestaan op onze planeet. De bodemeigenschappen en bodemfuncties zijn met betrekking tot locatie en hoedanigheid van de bodem heel verschillend. De bodem wordt zowel lokaal alsook in mondiaal opzicht in hoge mate bedreigd. Dit als gevolg van de zich voortdurend uitbreidende bebouwing en het feit dat de bodem in verband met de aanleg van oppervlakken t.b.v. wonen en verkeer met een ondoordringbare laag wordt bedekt.

 

Bovendien spelen de permanente uitbuiting van de primaire grondstoffen in de bodem, het overmatig gebruik van de cultuurgronden, de som, maar ook de omvang en verbreiding van al deze negatieve factoren een bijzondere belangrijke rol. De reikwijdte van het oppervlakte-verbruik en de bodemverslechtering, alsmede de onomkeerbaarheid en het zeer langzame regenererende vermogen van de bodem zijn te vergelijken met de gevolgen van de wereldomvattende klimaatveranderingen en het verlies van de grote biologische diversiteit. Bovendien bestaat er een nauw verband tussen de veranderingen van de bodem met die van het klimaat.


Er bestaat wereldwijd een dringende behoefte aan handelend optreden. Alle landen dienen in dit verband op nationaal, regionaal en lokaal niveau een duurzame bijdrage te leveren. Van groot be-lang hierbij zijn de steden en gemeenten die direct toegang hebben tot lokale gebieden en hun gebruikers. Het is hun taak om het bewustwordingsproces omtrent de bodem, de bescherming van de natuurlijke bodemfuncties en het in acht nemen van de sociale rechtvaardigheid te bevorderen. Zij hebben de beschikking over instrumenten als ruimtelijke ordening en grondrecht die er concreet toe dienen een duurzame omgang met de bodem in de gemeente te bevorderen en te realiseren.


Wij zijn ons als gemeenten bewust van deze verbanden en tevens van de kansen op een duurzaam gebruik van de bodem. Daarom willen wij gemeenschappelijk stappen zetten om aan de oplossing van de problemen te werken. Wij als gemeenten willen met het Europese Bodemverdrag de mogelijkheid scheppen om dit in een Europa waarin men steeds meer naar elkaar toe groeit, gemeenschappelijk te realiseren.

1. De verantwoording van de steden en gemeenten

Wij als gemeenten vinden dat wij verantwoording dragen voor een duurzaam bodembeleid in onze gebieden. Deze verantwoordelijkheid omvat zowel het ecologische aspect wat betreft het bevorderen van de natuurlijke bodemfuncties alsook het economische en sociaal rechtvaardige gebruik van de bodem. In dit opzicht willen wij

  • onze beleidsruimte voor een duurzame ontwikkeling ten volle benutten,
  • van onze voorbeeldfunctie als lokale autoriteiten gebruik maken,
  • alle belanghebbenden in de geest van Lokale Agenda 21 bij de planning en vormgeving van de gemeentelijke ruimte en bij de oplossing van de specifieke bodemproblemen zowel op stedelijk niveau als op plattelandsniveau betrekken,
  • aan het bewustwordingsproces van de bevolking voor een duurzame omgang met de bodem een bijdrage leveren.

Wij erkennen dat de bodem- en oppervlakteproblematiek niet alleen een lokale en regionale betekenis heeft maar dat wij bovendien – in het kader van een mondiale verantwoordelijkheid – door onze levensstijl ook een mondiale invloed op de bodem in andere werelddelen hebben.

2. Doelstellingen van het Bodemverdrag

Onze belangrijkste doelstelling is het duurzame gebruik van alle soorten bodem ten behoeve van het behoud en bevorderen van alle bodemfuncties alsmede van de natuurlijke bronnen in de bodem en van het natuurlijke en culturele erfgoed voor de huidige en toekomstige generaties alsmede het maatschappelijk rechtvaardige gebruik van bodem en land.
Het Bodemverdrag van Europese steden en gemeenten komt daarmee overeen met de doelstellingen van het voorstel van Tut-zing voor een “Overeenkomst betreffende de duurzame omgang met de bodem” (Bodemconventie) en de “UN-conventie ter bestrijding van de woestijnvorming”.

3. Grondbeginselen en maatregelen

Onze belangrijkste doelstelling wordt met name gerealiseerd door onderstaande grondbeginselen en maatregelen:

3.1. Wij bevorderen onze onafhankelijkheid en identiteit door een verantwoordelijk gemeentelijk bodembeleid.

In dit opzicht

  • maken wij mogelijkheden maar ook problemen bewust in de duurzame omgang met de bodem,
  • registreren wij het oppervlakteverbruik en de her te gebruiken braakliggende oppervlakken,
  • stellen wij alles in het werk om een kentering in de trend met betrekking tot het toenemende oppervlakteverbruik en de bodemverslechtering te bewerkstelligen,
  • definiëren wij prioritaire doelen betreffende de duurzame ontwikkeling en streven actief naar een zuinig gebruik van de primaire grondstoffen,
  • ondersteunen wij maatregelen op onderwijsgebied met betrekking tot het gebruik van bodem en land,
  • stellen wij het publiek op de hoogte van genoemde doelstellingen en de te nemen maatregelen en bevorderen het bewustwordingsproces bij de bevolking.

3.2. Wij bevorderen kwalitatieve groei of stabilisering met het oog op onze verantwoording voor milieu, maatschappij en cultuur.

In dit opzicht

  • beperken wij het bodemverbruik, willen het accent niet meer op de uitbreiding van de woningbouwontwikkeling leggen en bevorderen de kwaliteit van de vormgeving bij deze woningbouw,
  • registreren en saneren wij van vroeger daterende milieuverontreiniging en zorgen ervoor dat de gebieden weer doelmatig worden gebruikt,
  • houden wij bij het bodemgebruik rekening met kwesties op het gebied van de maatschappelijke rechtvaardigheid en de gelijke behandeling van man en vrouw,
  • zullen wij alles in het werk stellen voor het behoud en de bevordering van de vruchtbaarheid en vorming van de bodem, waarbij aan zuinig bodem gebruik en het weer bruikbaar maken van oppervlakken een grote waarde wordt toegekend,
  • treffen wij maatregelen ten behoeve van het behoud, de verbetering en de terugwinning van de bodem,
  • stellen wij bijzonder waardevolle grondgebieden onder bescherming, beschermen gebieden voor erosie en verdichting en brengen het gebruik van schadelijke stoffen terug,
  • behouden wij de opslagfunctie van de bodem voor koolstof (en stikstof) met inachtneming van de natuurlijke stofkringlopen,
  • treffen wij maatregelen ter verbetering van het microklimaat en de waterhuishouding en leveren daarmee onze bijdrage aan de verhoging van de omgevingskwaliteit in de bebouwde gebieden,
  • garanderen wij het milieubewust gebruik van cultuurgrond en landschap,
  • bevorderen wij het op de markt brengen van regionaal verbouwde producten,
  • dragen wij zorg voor het natuurlijke en culturele erfgoed,
  • bevorderen wij de ecologische koppeling van netwerken van de leefgebieden.

3.3. Wij koesteren hoge verwachtingen van de innovatieve kracht in een samenwerking als partners die het algemene nut beoogt.

In dit opzicht

  • stemmen wij voornemens die effect hebben op bodem en ruimte, af op optimale doelmatigheid en duurzaamheid,
  • ondersteunen wij de realisatie van de doelstellingen van het Europese ruimteontwikkelingsconcept in de duurzame ruimteontwikkeling en bodembescherming,
  • houden wij rekening met de wensen van naburige gemeenten en regio’s,
  • trachten wij de betrekkingen tussen stad en platteland te verbeteren door de visies van beide partijen met elkaar in overeenstemming te brengen,
  • werken wij internationaal als partners samen.

3.4. Wij bevorderen d.m.v. instrumenten van de ruimtelijke ordening en het grondrecht van een duurzaam bodemgebruik.

In dit opzicht

  • nemen wij bij exploitatie en ingrepen de eigen aard en kwaliteit van de bodem en locatie in acht en waarderen deze op,
  • exploiteren wij de bodem door doelmatige toewijzing van veelsoortige exploitaties en een gedifferentieerd exploitatiesysteem, zodat de bodem, de natuur en het landschap zich optimaal kunnen ontwikkelen,
  • betrekken wij hierbij de wensen van de bevolking en de belangen van de landgebruikers en grondbezitters en houden hiermee rekening bij de realisatie ervan,
  • werken wij mee aan de ontwikkeling en toepassing van aanvullende, markteconomische instrumenten voor het beïnvloeden van een duurzaam bodemgebruik.

4. Nut van het Bodemverdrag

Het nut van het Bodemverdrag voor de gemeenten ligt om te beginnen in de getuigenis van de steden en gemeenten voor hun medeverantwoordelijkheid voor een duurzame omgang met de bodem op lokaal niveau.


De duurzame omgang met de bodem heeft een positieve invloed op de vruchtbaarheid ervan, op het microklimaat en de waterhuishouding en kan tot aanmerkelijke kostenbesparingen leiden met name voor wat betreft de uitbreiding van de infrastructuur en het onderhoud ervan, gaat zuinig om met primaire grondstoffen voor de toekomstige ontwikkeling en generaties, bevordert het ten volle benutten van de aanwezige oppervlakken en de stabilisatie van de bebouwingsdichtheid, verlevendigt openbare ruimten en levert in totaal een bijdrage aan de verbetering van de levenskwaliteit in en het image van de gemeente.


In het Bodemverdrag profiteren de deelnemende gemeenten van de voordelen van de samenwerking en uitwisseling van ervaringen met andere steden en gemeenten.

5. Mondiale verantwoordelijkheid en samenwerking

Bodemproblemen zijn lokaalspecifiek en dienen daarom ter plaatse met grote prioriteit te worden aangepakt. Tegelijkertijd hebben ze ook een internationale dimensie die zowel het ecologische alsmede sociale, economische en juridische aspect omvat.
In vele landen is de kwestie van de beschikbaarheid van bodem, de exploitatierechten van het land en de rechten van indigene volken op traditionele territoria belast met conflicten. Met name in droge gebieden en in de regenwouden van het Zuiden zijn ernstige problemen door verslechtering van de bodem en het land ontstaan.


Door onze economie en levensstijl leveren wij onze bijdrage aan deze problemen door duidelijk meer oppervlakken op te eisen dan wij in onze landen ter beschikking hebben en exploiteren.


De samenwerking met indigene volken en andere lokale gemeenschappen zoals gemeenten en organisaties in alle delen van de wereld beschouwen wij daarom als een belangrijke taak van het Bodemverdrag. Wij willen met de bodemproblematiek in onze samenwerking rekening houden en van onze mogelijkheden gebruik maken om een bijdrage te leveren aan de oplossing van de problemen met name in die gebieden die door de verslechtering van de bodem en het land zwaar getroffen zijn.


De grondslag voor het internationale werk van het Bodemverdrag is met name de “Conventie 169” van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hiermee wordt aan de indigene en in stammen levende volken hun recht op hun land en hun bodemschatten, hun eigen levenswijze, cultuur en taal toegekend.

6. De relatie tussen het Bodemverdrag en het Klimaatverdrag

Tussen de mondiale bodemverslechtering en de wereldwijde klimaatverandering bestaat een nauw en direct verband. De bodem is de primaire bron en bevat stoffen die het klimaat beïnvloeden. Klimaatveranderingen hebben een buitengewoon belastende invloed op de toestand van de bodem. Bodemverdrag en Klimaatverdrag worden beschouwd als complementaire initiatieven onder de overkoepelende doelstelling van een duurzame ontwikkeling. Zij koesteren gemeenschappelijk hoge verwachtingen van het verantwoorde handelen op lokaal gebied in steden en gemeenten. Bovendien willen zij de Noord-Zuid-dimensie bij hun besluitvorming op gemeentelijk niveau betrekken.

7. Verplichting van de partijen van het Bodemverdrag

Door onze verantwoordelijkheid en bevoegdheid als deelnemende steden en gemeenten volledig te benutten verplichten wij ons de doelstellingen van het Bodemverdrag schriftelijk vast te leggen en in de zin van de grondbeginselen de noodzakelijke maatregelen te treffen en te realiseren.


Wij zullen vastberaden optreden om een kentering in de trend in het nog steeds toenemende bodemverbruik en in de bodemverslechtering op gang te brengen en een doorlopende verbetering van de bodemsituatie te bewerkstelligen. Wij willen bij de oplossing van deze vraagstukken in de zin van de Lokale Agenda 21 alle belanghebbenden betrekken.
Wij verplichten ons tot het opzetten van een systeem waarmee doorlopend informatie wordt verstrekt, tot het vastleggen van geschikte doelen en tot een controle over de resultaten van ons bodembeleid.


Bovendien onderhouden wij nationaal en internationaal een open uitwisseling van informatie en ervaringen met de deelnemende gemeenten en ontwikkelen gemeenschappelijke projecten en standaards.


Wij roepen de hogere politieke niveaus op ter bevordering van duurzaam bodemgebruik en ter realisatie van de doelstellingen van het manifest overeenkomstige algemene voorwaarden te stellen. Alle bonden, publiekrechtelijke instellingen en privaatrechtelijke belanghebbenden die deze grondbeginselen, verplichtingen en maatregelen van het Bodemverdrag ondersteunen, beschouwen wij als onze bondgenoten.


Bolzano, 24 oktober 2000


Dieses Manifest ist in folgenden Sprachen verfügbar:

   deutsch      english     français    nederlands     español      italiano     slovenskem